Psycholoog Haarlem
telefoonnummer psycholoog haarlem 06 - 2732 5201
e-mailadres psycholoog haarlem info@psychologe-haarlem.nl
psycholoog Jansweg Haarlem Jansweg 40, 2011KN Haarlem
banner psycholoog Haarlem

Blog archief

Op deze pagina vindt u alle blog berichten en artikelen die ik op deze site gepubliceerd heb. Mijn meest recente post staat bovenaan. Als u een reactie wilt achterlaten bij een bepaald artikel, dan kunt u op de titel daarvan klikken zodat u op de pagina van het artikel zelf komt. Daar kunt u vervolgens reageren.

We hebben nieuwe buren! Ik ben er heel blij mee. De vorige buren leefden erg op zichzelf, vonden bijna alles een reden om te klagen en groetten me niet als ze me tegen kwamen. Nu woont er een heel jong stel uit Eritrea. Hij kwam met een bootje via Italië en zij met het vliegtuig in tweede instantie. Inmiddels hebben we al heel wat etentjes met elkaar gehad. Bijna het hele portiek komt dan en we nemen allemaal wat lekkers te eten mee. De jongeman spreekt al behoorlijk Nederlands. De laatste keer legde hij ons uit, dat als je langere tijd intensief met elkaar optrekt, dat je dan volgens hun norm, familie bent. Wat dan ook betekent dat je alles voor elkaar doet, zonder daar iets voor terug te vragen.
Gemeenschapszin. Wij, in het Westen, doen er niet meer zo aan, lijkt het. Families wonen steeds verder uit elkaar, of krijgen ruzie, gezinnen breken op door scheidingen, de kerk is min of meer opgeheven. Misschien wat negatief gesteld, maar het is niet voor niks dat er in Haarlem het jaar van de eenzaamheid wordt georganiseerd. En dat ik steeds vaker mensen hoor zeggen dat ze het missen, een gemeenschap waar ze echt bij horen en op terug kunnen vallen.
Niet zo lang geleden hield ik een lezing over zelfliefde en tijdens de voorbereidingen kwam ik een belangrijke tekst over die gemeenschapszin tegen. Hans Knibbe schrijft in zijn boek, Gezonde Zelfliefde, “…….Een geïndividualiseerd mens is dan niet langer vanzelfsprekend onderdeel van zijn familie, cultuur, een ooit gekozen ideologie of zijn land. Hij zoekt zelf wat bij hem past……….. Daarom moeten we niet terug verlangen naar de symbiotische, premoderne ingebedheid. Dat moeten we niet alleen niet willen, het is ook niet mogelijk……….Als je eenmaal niet meer bij een groep hoort, ben je voor eeuwig ‘anders’ en daar moet je mee leren leven.”
Onze individualisatie is een groot goed. Het geeft ons vrijheid en ruimte voor onze eigen authenticiteit. Het maakt dat we onze eigen unieke zelf meer kunnen leven, meer tot uitdrukking kunnen brengen. Maar het verlangen naar gemeenschapszin, naar een ‘samen’ is daarmee niet weg. Autonomie en gehechtheid zijn twee basaal menselijke verlangens. Lange tijd hebben we het ene verlangen ingeslikt om het andere te kunnen vervullen. Alsof het polen zijn die elkaar uitsluiten. Om bij de groep te horen, lever je je individualiteit in en andersom. Ik kan me nog goed herinneren dat ik lid was van het koor van de Amsterdamse Studenten ekklesia waar we liederen van Huub Oosterhuis zongen. Ik voelde me verbonden, door het zingen en in de wetenschap dat wat we zongen bij iedereen een snaar raakte. Maar ik kan me niet herinneren dat we het daar vaak over hadden, hoe we werden geraakt door die liederen, hoe we onze levens daar op afstemden en noem maar op. De wezenlijke dingen die mij tot een uniek mens maken. Dat voelde veel te spannend, want stel nou dat de ander er anders over dacht……
Maar zo ís het, iedereen denkt er anders over! Iedereen heeft zijn eigen unieke manier van denken en voelen over de dieperliggende kwesties in onszelf. Omdat we zo verlangen naar erbij horen, slikken we veel van onze verlangens, gevoelens, ervaringen in, waarmee we onze uniciteit ontkennen. Als we onszelf leren kennen én liefhebben en we durven onszelf aan de wereld te laten zien, dan zal de verbinding alleen maar toenemen. Dit geldt voor alle relaties die we hebben.
Zelf begin ik binnenkort met zeven vrouwen een vrouwencirkel. Een nieuwe vorm waarin dit gegeven centraal staat; dat authenticiteit en individualiteit niet tégenover verbinding en gemeenschapszin staan, maar dat ze elkaar voeden en versterken.
Geplaatst op 22 Sep 2018 door Wilma

Labels plakken
Al eerder had ik het over hoe wijd verbreid allerlei psychologische begrippen raken en met welk gemak mensen ze bezigen. Iedereen is tegenwoordig huis-, tuin en keukenpsycholoog en dat is ook prima, want het gaat immers over mensen, de psychologie. Het gevaar echter van het gebruiken van psychologische labels is, dat het, óf zoals bij de diagnoses in mijn vorige blog een beschaafd soort scheldwoord wordt, óf een excuus om niet te hoeven veranderen. Een manier om jezelf of een ander in een vorm te gieten die je helpt om iets anders te vermijden. Op zich nog niks mis mee, áls je maar ziet dat je het doet en dat het je in wezen af houdt van wat je echt wil.
Bindingsangst als reden om het uit te maken
Ik was met een vriendin op vakantie en die vertelde dat het vriendje van haar dochter het na twee maanden had uitgemaakt, omdat hij bindingsangst had. Zowel de dochter als het vriendje hadden die conclusie getrokken. En daarmee was het uit.
Bindingsdwang
Bindingsangst is (denk ik) de angst om jezelf te verliezen in relatie met de ander, waar verlatingsangst de angst is om de ander te verliezen. En als verbinden betekent dat je voortaan, nu je met deze vrouw of man een relatie hebt, zoveel mogelijk samen moet doen, binnen twee jaar samen moet wonen of moet trouwen, samen kinderen moet krijgen en bij elkaar moet blijven tot de dood jullie scheidt, dan snap ik heel goed dat je daar angstig van wordt en er voor op de vlucht slaat. Een deel van de bindingsangst wordt dus ingegeven door de verwachtingen die anderen en wijzelf van onszelf hebben als er op een bepaald moment sprake is van een ‘vaste’ relatie.
Bindingsangst gebruiken in je relatie
Als je weet dat bindingsangst de angst is jezelf te verliezen, dan zou die angst juist een krachtig signaal kunnen zijn bij de ontwikkeling van een waarachtige relatie. Wat voel je eigenlijk als je zegt dat je bindingsangst hebt? Je vriend stelt bijvoorbeeld voor om deze zomer samen drie weken naar Tenerife te gaan en je ziet hoe blij hij erbij kijkt. Je schrikt je rot, dit is niet wat je wil. Je verstijft. Ineens voelt het of de enige keus is, mee op vakantie (en jezelf verloochenen) of het uit maken. Het gevolg van de schrik en de verstijving is vaak dat je maar twee oplossingen ziet, die over het algemeen zwart-wit zijn. Als je kunt erkennen dat je schrikt, dat je verstijft en als je dat durft te zeggen; ”Ik zie dat jij er heel blij van wordt, maar ik schrik ervan, dat is helemaal niet hoe ik mijn vakantie door wil brengen. Het lijkt mij leuk om samen een week weg te gaan, maar ik zou liever ook nog een week met een vriendin weggaan en nog een week thuis blijven, bijvoorbeeld”, dan kan je kijken wat er gebeurt en net zo lang naar elkaar luisteren tot je weet wat de ander belangrijk vindt aan vakantie en aan het samenzijn met jou. Als je samen kan blijven zitten om jullie verwachtingen te onderzoeken en jullie verlangens en gevoelens uit te pluizen, dan zou die zogenoemde bindingsangst een mooi begin kunnen zijn van een waarachtige relatie, in plaats van een reden om het uit te maken. Je openstellen voor een ander kan heel spannend zijn en dat mag ook. Je kunt naar de angst luisteren en er de waarde van zien en jezelf de tijd gunnen. Het mooie is dat je die angst gewoon kunt verdragen als je er naar kijkt en er niet van weg rent. Dan zal je zien dat het weer wegebt en beetje bij beetje verandert in vertrouwen.
Op het leven en de liefde!
Boekentip: Hannah Cuppen, Liefdesbang
Geplaatst op 22 Sep 2018 door Wilma

Toen ik nog psychologie studeerde had ik er al niet zo veel mee, diagnoses. Je kon aparte modules volgen om alles over de (toen nog) DSM III (diagnostic and statistical manual of mental disorders) te leren. Ik liet dat schieten. Ik vond het maar raar, hele lijsten met eigenschappen, waar er in elk geval 6 van toepassing moesten zijn, en dan hád je het. En dan? Ja, dan wisten de hulpverleners misschien wat ze met zo iemand aan moesten, of hadden ze een gemeenschappelijke taal en dachten ze te weten waar ze over spraken als ze het hadden over iemand met die en die persoonlijkheidsstoornis. En konden er bepaalde medicijnen worden voorgeschreven, waarvan het maar de vraag was voor wie ze eigenlijk hielpen.
Ik koos een andere weg en ging mensen met behulp van andere modellen over de psyche helpen. Het mooie van die modellen was dat mensen niet gereduceerd werden tot een diagnose. Mijn lerares in Voice Dialogue zei ooit: ‘Op de bodem is altijd óf liefde óf behoefte aan liefde.’ Wat een verademing, daar kon ik wat mee, dat deed recht aan alle mensen. Ook de Past Reality Integration van Ingeborg Bosch heeft die visie. En steeds vaker merk ik, dat binnen de reguliere GGZ ook ruimte komt voor een menselijker kijk op onze psyche en waar het mis kan gaan. Een prachtig boek daarover heb ik onlangs in één ruk uitgelezen. Het heet Traumasporen geschreven door Bessel van der Kolk, een van oorsprong Nederlandse professor (ja, daar ben ik dan toch een beetje trots op). Hij klaagt de associatie, die de DSM V uitgeeft aan en stelt een nieuwe kijk op trauma voor.
Inmiddels lijkt echter het volk, de gewone mens, ook heel goed te zijn geworden in het stellen van diagnoses en diagnosticeren ze er lekker op los. Iemand heeft ADHD als ie druk is of ongeconcentreerd, is autistisch als ie niet reageert op andermans emoties en is een narcist als ie alleen maar aan zichzelf denkt en niet tegen kritiek kan. Momenteel zijn de waarschuwingen niet van de lucht als het gaat om ‘de narcist’, narcistische partners en narcistische ouders. Het is nooit zo dat mensen het over zichzelf hebben, het zijn vaak anderen waar de diagnosesteller onder geleden heeft.
Ik las daarover onlangs een blog waar ook nog in stond dat hulpverleners de diagnose vaak niet stelden, maar de situatie weggeschreven onder een vechtscheiding. Met andere woorden, jij als ex-partner, bent beter in het stellen van de diagnose dan de hulpverleners, die zien het niet. Een rechter vertelde me een tijdje geleden dat in scheidingen de ex-echtelieden altíjd met diagnoses komen, de mannen waren volgens de vrouwen autisten of hadden Asperger, en de vrouwen hadden volgens de mannen Borderline. En dat wordt door meer professionals in het echtscheidingscircuit bevestigd. Toen was het Autisme, een jaar of drie geleden, nu is Narcisme in zwang. Als de verhoudingen verharden dan komen er diagnoses aan te pas.
En ook hier vraag ik me weer af waar het dan precies toe dient, die diagnose. Ik vind googelend blogs vol tips met wat je moet doen als je slachtoffer bent geworden van een narcist. Een voordeel is dus in elk geval dat je nu weet dat je een slachtoffer bent. Dat jij er niks aan kon doen, dat het allemaal de schuld was van die ‘narcist’. Misschien voel je je gesteund. En kan je je boos voelen en blij zijn dat je eindelijk van hem (of haar) af bent. Wat je daardoor allemaal niet hoeft te voelen is de pijn, het verlies, je eigen minderwaardigheidsgevoel, je schuldgevoel en jouw eigen behoefte aan liefde.
Kortom, het ziet er naar uit dat we ons vaak van diagnoses bedienen om onze eigen kwetsbaarheid af te schermen. Toen ik met een vrouw werkte die zeker wist dat ze ten prooi was gevallen aan een narcist, maakte ze aan het eind van de sessie vaak de opmerking dat ze het misschien zelf ook wel was. En zo is het ook, we hebben vaak allerlei kenmerken van van alles in ons. Laten we daar alsjeblieft mild naar kijken, zowel naar onszelf als naar onze (ex)partners. Ik heb natuurlijk makkelijk praten, want ik had nooit een relatie met een narcist, ….of misschien is de diagnose nooit gesteld 😉.

Geplaatst op 22 Sep 2018 door Wilma

“Jij bent ook altijd ontevreden”, zei mijn zus vroeger vaak tegen mij. En misschien was dat ook wel zo, wilde ik altijd meer en beter. Dat ging dan zeker niet om meer materie, misschien wel om meer geld, maar eigenlijk ging het om meer geluk. Een gelukkiger relatie, leuker werk, meer plezier in het ouderschap enzovoort. Het probleem met ontevreden zijn, is dat je je dan alles behalve gelukkig voelt. Toch kan het je wel aanzetten om dingen in je leven te veranderen. Het kan een motor zijn voor beweging.
Veel mensen willen meer. In onze maatschappij die als enig gelukscriterium economische groei heeft, komt dat neer op, meer geld, een groter, duurder huis, meer en verder op vakantie, een luxer leven en om dat allemaal te bekostigen, een betere baan en dus meer persoonlijke ontwikkeling. Gelukkig zijn er inmiddels, omdat het zo niet verder kan, tegengeluiden te horen. Zo las ik laatst een boek van Pierre Rabhi ‘Het geluk van het genoeg’ met als ondertitel ‘Een pleidooi voor soberheid’. Al sinds de jaren tachtig is deze Franse Algerijn bezig het principe van oneindige economische groei aan de kaak te stellen en er een alternatief voor aan te reiken. Door de technologie zijn wij als mens losgeraakt van de mensen dichtbij ons en van de aarde onder ons, zegt hij. ‘Mensen veranderen in hyperactieve elektronen en lijden onder stress waarvan men weet dat die aan de basis ligt van ernstige ziektebeelden.’ Daarom zou alles weer kleiner moeten, meer met onze handen in de aarde, meer contact met waar ons eten vandaan komt en dat alles meer in verbinding met echte mensen dicht bij ons in de buurt.
Misschien vind je het onzin en ben je helemaal tevreden met jouw manier van leven, maar ik herken wat Rabhi zegt. Er is steeds meer eenzaamheid. Alcoholgebruik onder jongeren neemt toe en evenredig daaraan de zelfmoordcijfers. Onze natuurlijke energiebronnen raken uitgeput en de aarde steeds meer vervuild. We zijn niet echt gelukkig, ondanks de overvloed. Er moet iets gebeuren, maar terug naar vroeger kunnen we niet. De meesten van ons kunnen en willen niet meer zonder hun smartphone en de synchronisatie met alle andere apparaten, om maar iets te noemen.
Rabhi pleit dan ook voor een vrijwillige zelfbeperking. Maar hoe doe je dat, als dat is wat je wil. Veel mensen leven onbewust vanuit een tekort. De angst om te kort te komen, de angst om te kort te schieten. Als je dat perspectief hebt, dan ziet de wereld er ook zo uit. Je hebt altijd te weinig, te weinig geld, te weinig tijd, te weinig energie of liefde en te weinig ruimte. Daarom ben je op zoek naar meer. We willen vaak alsmaar meer van iets dat ons een tijdelijke kick geeft of verdooft. Veel eten, veel alcohol drinken, veel werken, veel op vakantie, veel op je telefoon kijken, het zijn allemaal manieren om het tekort maar niet te voelen. Dat perspectief is vaak een direct gevolg van hoe jouw wereld er als kind uit zag. Daarom is het voor de één makkelijker om overvloed te zien en dankbaarheid te voelen, dan voor de ander. Als je je eigen tekorten kunt herkennen en kunt voelen, dan wordt dat de ingang naar het ervaren van overvloed. Als je kunt gaan leven vanuit het perspectief dat er overvloed is, dan ziet je leven er heel anders uit.
Als je niet steeds bezig hoeft te zijn je honger naar meer te stillen, wat een vrijheid heb je dan. En wat een ruimte is er dan om te genieten van wat het leven je geeft, wat het ook is. Wat het leven mij de afgelopen dagen gaf: De zon, een fijn gesprek met een onbekende, de aanblik van een slapend baby’tje, de geur van gras, de nieuwe buren die me uitnodigen voor de barbecue, mijn kind dat blij wordt van mijn knuffel, de stralen van de warme douche, het compliment van een voorbijganger, de vogels die door blijven fluiten tijdens de dodenherdenking,……… Je ziet het, ik ben (meestal) niet meer ontevreden. Er is alsmaar meer.

Geplaatst op 15 May 2018 door Wilma

Verlaten
Ik zag onlangs de documentaire van Hetty Nietsch ‘Verlaten’. Er wordt in die documentaire een aantal mensen geïnterviewd dat ermee te maken heeft gehad, verlating. Ze gaan er heel verschillend mee om en het wordt pijnlijk duidelijk hoe heftig verlating is. De verlaten huisarts blijkt aan het eind van de documentaire zelfs overleden te zijn en gezien zijn diepe depressie laat de doodsoorzaak zich raden. Als het geen zelfdoding was, dan was dat in elk geval diep liefdesverdriet. Hoewel uit zijn antwoorden op de gestelde vragen blijkt dat de goede man niet goed wist wat houden van precies is en hoe je dat uit. Dat hij vooral een gevoel van heimwee had, zodra hij uit de buurt van zijn vrouw was. Zou dat liefde zijn?

Verlost
Ik ben er voorbij, de pijn van de verlating. Ik kan nu zelfs zeggen dat ik blij ben dat ik verlaten ben. Toen was dat wel anders. Eind 2009 kwam ons krakende huwelijk toch vrij abrupt tot stilstand. Ik had het gevoel dat ik eruit geslingerd werd en hulpeloos krijsend op de grond lag. Alle soorten van emoties raasden door mij heen. Bij vlagen had ik er iets over te zeggen. Bij vlagen wist ik dat het over zou gaan. Ik herinner me een moment dat ik wist dat de hel die door me heen bewoog me twee jaar zou ‘kosten’. Ook was er af en toe het besef dat ik hem later dankbaar zou zijn, maar dat ik nu eerst dit moest doen, het aan moest gaan, alles door me heen moest laten razen. Als het woeden van een storm, die na verloop van tijd vanzelf weer gaat liggen. Vanzelf ging het niet helemaal, maar het had wel iets van een kookpotje, waar al die emoties in lagen te pruttelen en waar ik gewoon bij moest blijven, net zo lang tot het opgekookt was.

Als ik nu voel dat ik blij ben dat ik verlaten ben, dan gaat het over dat proces. Dat ik de mogelijkheid heb gekregen om te transformeren, om oude pijn te helen, om een ander mens te worden, vrijer en heler. Als ik de zin bij wijze van oefening persoonlijker maak, ‘dat ik blij ben dat híj mij verlaten heeft voor een ander’, dan komt er nog lichte irritatie op. “De eikel”, denk ik dan en tegelijkertijd voel ik dat het niet waar is. Dat ik niet weet wat beter was geweest. Dat ik met mijn boosheid de geschiedenis niet kan herschrijven. Het voelt alsof het een ander stuk van mezelf is, dat dat doet, de irritatie produceren. Ik kan van mijn egodeel opschuiven naar het egoloze deel en vice versa. Van kleingeestigheid naar de Grote Geest. En ik voel hoe ik daar veel liever ben, in de Grote Geest. Als ik vanuit die plek naar het leven kijk, dan ben ik blij en dankbaar voor mijn leven en voor alles wat het leven me tot nu toe gebracht heeft, inclusief de pijn.
Ik ben doordrongen geraakt van het besef dat anderen mij niet kúnnen en hoéven begrijpen en dat ik dat niet kan voor anderen. Het is niet een besef dat mij verdrietig maakt, het voelt als acceptatie, het is zacht. Ik kan alleen maar mijn best doen om zo dicht mogelijk bij de ander te komen en de ander zo dicht mogelijk bij mij te laten komen. Daarvoor moet ik mezelf aan de ander laten zien en dat kan pas als ik bereid ben alles in mijzelf te zien. Open te staan voor alles wat er in mij is. Nieuwsgierig te zijn naar alles wat zich in mij ontvouwt. En als ik zo open en nieuwsgierig ben, dan komt er geen einde aan de ont-dekkings-reis, die het leven voor mij is geworden. Met en zonder aardse reisgenoot.
Geplaatst op 17 Apr 2018 door Wilma

Toen ik in Amsterdam kwam wonen, zo rond mijn 23e, ging ik op zoek naar mensen om bij te horen. Ik kwam uit een nogal christelijk milieu, waar ik me niet meer thuis voelde, maar waar ik nog niet los van was. Zo kwam ik terecht in de Amsterdamse Studentenekklesia, de kerkgemeenschap die Huub Oosterhuis (de vader van Trijntje) oprichtte. Op zondagen zong daar een koor, waar je na een auditie in mee kon zingen. Ik kwam door de auditie heen en zong zeven lange jaren in het koor, twee keer per week. Heerlijk was dat. De liederen die Huub zelf schreef en door goede componisten op muziek liet zetten, waren balsem voor mijn ziel en ondersteunden mijn spirituele zoektocht. Geen God van dogma en verdoemenis, maar een God die bevraagd kon worden, een Aanwezigheid waarin je uit kon rusten.
Ook Kitty (Kitty Nooy, 1966, inmiddels schrijfster van kinderboeken) zat op dat koor. Beiden zongen we bij de sopranen. Ik had niet veel contact met haar, maar de liederen en het zingen ervan verbond ons allemaal op een diep niveau. Niet lang geleden werden Kitty en ik vrienden op Facebook en las ik een gedichtje dat zij in die tijd schreef.

Laatst dacht ik toch zoiets geks:
doet God eigenlijk aan seks?
Kent Hij gevoelens van extase?
Het zou me anders niets verbazen!
Het samensmelten is zo fijn,
dat zou ook echt voor Hem iets zijn
Hij heeft het denk ik uitgevonden
en Hij kan vrijen als geen één
zo heeft Hij zich met ons verbonden
we zijn tenslotte allen één
Ik ben in Hem, Hij is in mij
dat lijkt verdacht veel op gevrij
wie zegt er nou dat seks niet mag
God doet het zelf de hele dag!

Ik had het nooit achter Kitty gezocht, maar dat kan ook heel goed met mijn eigen belevingswereld te maken hebben gehad. Ik bracht God en Seks vanuit mijn opvoeding nog op een hele andere manier met elkaar in verband. Er heerste wat betreft seks een dubbele moraal, het moest iets moois zijn, seks, maar ondertussen was het maar beter dat je het onderdrukte en het er vooral niet te veel over had, of deed. Dat God op Kitty’s manier iets met seks te maken kon hebben, was in mij toen nog niet opgekomen. Eigenlijk was er voor mij een negatieve relatie tussen God en Seks. Dat wilde overigens niet zeggen dat ik er niet aan deed, maar de beiden waren nogal van elkaar gescheiden.
Bij Kitty niet. Zij durfde zich toen al af te vragen of er niet toevallig een positieve relatie bestond tussen God en Seks. Iets wat ik zelf pas veel later ontdekte, toen ik over Tantra begon te lezen.
Nu, jaren van onderricht en oefening verder, wordt me steeds duidelijker wat een impact vrij stromende seksuele energie kan hebben op een mens. Hoe genezend en transformerend het kan zijn. Hoe seksuele energie blokkades kan laten oplossen en hoe het kan inspireren. Hoe het mensen dichter bij elkaar kan brengen en harten kan openen. En hoe het nieuw leven kan wekken. Goddelijker kan bijna niet.
Het is de hoogste tijd om seks, seksualiteit, seksuele energie weer te gaan zien door Goddelijke ogen. Onderdrukking en veroordeling heeft geleid tot de verschrikkelijke wantoestanden die nu aan het licht komen. Onze maatschappij is het contact verloren met de Heiligheid van onze seksualiteit. Laten we die weer terug veroveren!
En zo bezongen Kitty en ik bij de sopranen luidkeels de overgave aan God:
Kom in mij, win, ontwapen mij.
Zie mij, doe mij aan.
Weersta mij, wacht mij, delf in mij.
Ontdooi mijn naam,
Ontraadsel mijn bestaan.

Kom in mij, maak geluid in mij,
Dood is diep in mij,
Versteend mijn stem – ontsta in mij,
Doe pijn, doorgloei mij,
Leef mij, licht in mij.

Kom uit mij, scheur mij, kind van mij,
Mens in mij, ontwaak.
Ontvang mij, overschaduw mij.
En ga met mij
Waar niemand met me gaat.

Met dank aan Huub Oosterhuis

Geplaatst op 17 Apr 2018 door Wilma

Mijn oudste zoon, inmiddels 26 jaar en net begonnen aan zijn eerste baan, stuurde me vorige week een linkje naar een artikel in de NRC. Het gaat over dat het tonen van je kwetsbaarheid op het werk een taboe is. Laten zien dat je misschien iets niet kan of weet, dat je je schaamt of dat iets te veel voor je is, schijnt niet te kunnen op de werkvloer, waar de heersende norm is ‘het moet hoger-beter-sneller’. Toen ik een paar jaar geleden even in loondienst werkte, werd me dit ook heel duidelijk. Bij mijn eerste werkgever was zelfs één van de leuzen vanuit de organisatie: ‘Het kan altijd beter’. Een uitspraak die mij meteen stress bezorgde. Het dienstverband duurde dan ook niet voor niks maar een half jaar.
Grappig genoeg ontplofte diezelfde zoon twee jaar geleden nog toen ik het woord ‘open’ verving door ‘kwetsbaar’. Hij werd er kwaad van dat voor mij die twee woorden bijna hetzelfde betekende. Dus alleen al het in de mond nemen van het woord, veroorzaakte opschudding. Waar voor mij kwetsbaar zijn iets positiefs is, bleek dat toen voor hem alleen maar negatief. Ik ben me daardoor gaan afvragen wat er precies aan de hand is met dat woord.
Als we van iemand zeggen dat ie er kwetsbaar uitziet, dan bedoelen we vaak dat die persoon er wat zwakjes, moe en niet strijdvaardig uitziet. Iemand die niet opgewassen is tegen het leven, zoals het zich aandient. Soms zeggen mensen ook dat ze zich zo voelen; je bent net lang ziek geweest en moet weer aan het werk en je hebt je lichamelijke en geestelijke weerstand nog niet helemaal terug. Je hebt het gevoel dat je je om het minste of geringste zou kunnen huilen, of, als je het buiten je plaatst, dat mensen je heel snel zouden kunnen kwetsen. Dat is vermoedelijk het begrip ‘kwetsbaar’ waar mijn zoon aan dacht. Het wordt geassocieerd met een rotgevoel, een gevoel dat je het leven niet aan kan en dat iedereen je zal kwetsen.
In zekere zin hebben we het toch over hetzelfde, alleen is mijn ervaring er nu anders mee. Waar ik vroeger mijn best deed om alle soorten kwetsing en afwijzing uit de weg te gaan en dus mijzelf probeerde onkwetsbaar te maken, voel ik nu hoe ik die bescherming steeds minder nodig heb. Hoe meer ik blijf staan op mijn eigen benen, hoe meer ik mezelf durf te laten zien, hoe minder kwetsing ik voel. De kwetsing komt namelijk van binnenuit. Voor velen betekent kwetsbaar zijn, dat de kans heel groot is, dat je het mikpunt van kwetsing door anderen wordt. Door er zo naar te kijken, roep je het als het ware over jezelf af. Dan wordt de kans ook groot, terwijl die in wezen veel kleiner is. Voor mij is de betekenis van kwetsbaarheid inmiddels, dat het er om gaat dat ik mezelf durf te laten zien met alles wat er in me is. Dat ik bereid ben me te laten raken. Als ik dat niet ben, dan ben ik er ook niet echt, dan scherm ik me af van de ander.
Zo kwetsbaar ben ik nog lang niet. Er zijn situaties waarin ik me onbeschermd voel, en dat is dan niet per se onprettig. Het is vooral onwennig. Een licht wiebelig gevoel. Maar soms voel ik ook schaamte, over iets wat ik eruit geflapt heb. En er zijn nog steeds situaties, waarin ik me onkwetsbaar maak, mezelf harnas, me groter of sterker voordoe dan ik ben. Altijd is duidelijk dat de onderliggende vraag is, ‘Mag ik er zijn zoals ik ben?’. Als ik helemaal kan rusten in de wetenschap dat dat zo is, dan ben ik er helemaal, onbevangen, open, raakbaar en kwetsbaar. Zoals een kind.
Geplaatst op 17 Apr 2018 door Wilma

Ik kom al een tijdje niet meer tot schrijven. Er ligt nog een blog die niet is afgekomen en het boek waar ik vandaag weer mee aan de slag zou, is niets opgeschoten. Ik zit op iets te broeden. Tekeningetjes helpen me op dit moment beter. Misschien moet het toch een stripboek worden. Ik heb er al heel wat gefabriceerd. Ik zit te broeden op woorden, op consistentie, op dat het ineens precies klopt.

Ik ben inmiddels wel net zo ver als Einstein was in 1915. Alles is energie. Ik ben met terugwerkende kracht blij met mijn Bèta achtergrond. Ik werk met mensen, dus je vraagt je misschien af wat ik met die natuurkundige wetten moet, maar voor mensen geldt hetzelfde. Wij zijn energie, onze lichamen zijn energie, onze cellen, en daar beweegt energie op allerlei manieren door heen, levensenergie, seksuele energie, emotionele energie. Allemaal met een verschillende frequentie. Sommigen van mijn cliënten verwoorden het ook zo. “Ik voel een hoge trilling in mijn bovenlichaam, als een soort piep.” “Of ik voel een steen in mijn maag, iets met een lage, korte trilling, zou je kunnen zeggen.” Soms ziet het eruit als een kleur, maar zoals jullie weten zijn ook dat golven. En gedachtes zijn feitelijk actiepotentialen van synapsen in onze hersenen. Soms weet of lees je dingen, heb je de kennis tot je genomen, maar voor mij voelt het inmiddels alsof ik het aan het doorleven ben. Dat het een inzicht wordt, blijvend deel van mij uitmaakt, dat ik het zelfs zo ervaar. En graag zou ik daar iets van op mijn lezers over willen brengen, maar hoe doe ik dat.
Je zou het broeden ook een writersblock kunnen noemen. Maar in beide gevallen is het interessant om er vanuit het nieuw verworven inzicht eens naar de kijken. Alles is energie. Hoe voelt dat broeden precies in mij? Heeft het een plek of bepaalde sensatie in mijn lichaam? Ik ga er maar eens goed voor zitten……. Als ik zo zit voel ik een gebied in mijn maagstreek branden, alsof er een roodgele zon aan het gloeien is. Ik voel wat verdichtingen in mijn linkerschoudergebied en heb het gevoel dat ik scheef zit. Ineens voelt het ook alsof mijn grenzen niet meer voelbaar zijn, dat mijn contouren samenvallen met de lucht om me heen. En op dat moment komt bij me op om om Gods zegen te vragen. Nu ik het opschrijf en erover nadenk, voelt het als overgave. Vertrouwen op de stroom. Uitbroeden wat er uit te broeden is. Volgens mij is het een gouden ei……. Oeps, daar durf ik eigenlijk nog niet op te vertrouwen.
Geplaatst op 30 Jan 2018 door Wilma

Ik heb nooit veel affiniteit gehad met Arnon Grunberg. Ik vind hem een soort ‘miesmuizer’ (woord uit de vocabulaire van Annie M. G. Schmidt). Dat oordeel heb ik ooit heel snel geveld. Misschien heb ik één boekje van hem gelezen en heb ik hem eens in een interview op tv gezien, maar ik hoefde het tot nu toe niet bij te stellen, omdat ik verder niets met hem van doen had. Mijn ex dacht er duidelijk anders over. Hij bewonderde hem om zijn voetnoten in de Volkskrant, waar hij volgens mijn ex, wel zeker een paar uur over nadacht, alvorens ze op te schrijven. Zo lees ik dan af en toe zijn voetnoot. Afgelopen vrijdag ook.
Ik lees dat hij een vriendin heeft en dat zijn vriendin fan is van Esther Perel, de relatiedeskundige die ik ook wel eens aanhaal. Hij beschrijft dat Perel beweert dat de romantische liefde de plek van religie heeft ingenomen en vervolgens vat hij kort wat standpunten van mevrouw Perel samen. Dan stelt hij dat te vrezen valt, dat mensen zich teleurgesteld van de romantische liefde zullen afkeren, zoals zij zich teleurgesteld van God hebben afgekeerd. Hij schetst vervolgens een wereld waarin mensen zich slechts verbinden met huisdieren en robots. Een miesmuizer dus.
Zeker, ik zie die ontwikkeling ook. En hij boezemt me ook met regelmaat angst in. Maar ik zie ook een andere ontwikkeling en daar wil ik me veel liever op richten. Ik zie dat mensen gaan snappen dat de God of de geliefde buiten hen niet degene is die hen gelukkig gaat maken. Ik zie dat mensen willen snappen wat geluk is en of dat eigenlijk wel betekent dat je altijd blij en voorzien van comfort bent of misschien toch iets anders. Ik zie dat mensen hongerig zijn naar echt contact met zichzelf, de ander en met God. Ik zie het om me heen. Mijn zoon die terug verlangt naar Nepal, omdat hij daar met een groep mensen elke ochtend in een kring, handen vast, de dag begon en daarna het kind of volwassene naast zich een omhelzing gaf. Ik zie het aan de stellen die bij mij komen voor relatietherapie, dat ze niets liever willen dan dat het werkt en dat ze willen weten hoe. Ik zie het aan de stellen die mee doen aan de groep ‘In Liefde oefenen’ hoe ze soms makkelijk, soms met weerstand meegaan in de ervaringen die we hen aanbieden en hoe aan het eind van zo’n dag de hele groep meer liefde en zachtheid uitstraalt. Ik zie het aan mijn vrienden en vriendinnen, ook zij zijn niet bereid zich neer te leggen bij doomscenario’s.
Het is belangrijk te zien dat het beeld van God als degene die jou gelukkig gaat maken, net zo min klopt, als het beeld van de geliefde die jou gelukkig gaat maken. In die zin heeft Arnon gelijk, we móeten ons zelfs van die beelden afkeren, omdat ze niet kloppen. Maar het zou getuigen van een groot gebrek aan bewustzijn, als we na zulke duidelijke lessen niet in staat zouden zijn te zien dat een verschuiving van het object (van God, naar de geliefde, naar het huisdier of de robot) weinig zin heeft. We moeten stoppen naar buiten te kijken, de schat ligt in onszelf. Je eigen ongeluk of onvervuld zijn, is de ingang naar vervulling. God huist in jou. De geliefde dat ben jij. Ja, ook jij, Arnon.
Geplaatst op 30 Jan 2018 door Wilma

‘Hallo, ik ben Vrij,’ zo stelde ik mezelf voor op het Feest der Personages in de schrijfweek bij Geert Kimpen.
Het feest
We hadden opdracht gekregen om ons in te leven in de personage van ons boek en voor de non-fictie schrijvers betekende dat, dat zij een woord moesten kiezen dat de intentie van hun boek weergaf. Voor mij was dat Vrij, dat was duidelijk, omdat mijn boek over vrijen en vrij zijn gaat. Ik trok een doorschijnend zijden jurkje aan en om mijn arm droeg ik de resten van een beklemmend touw met daar rozen door gevlochten. Om me er nog meer mee te identificeren stelde ik mij voor met de naam ‘Vrij’. Heerlijk was het, zodra ik de zin uitsprak, voelde ik me vrijer dan ik me ooit gevoeld had. Gedurende het hele feest probeerde ik me goed af te stemmen op die naam, dat woord. Ook checkte ik mijn open hart, dat letterlijk als een sieraad om mijn hals hing. Er kwamen dingen in me op die ik anders niet zou doen, die ik nu wel deed. Ik riep door de zaal, omdat ik iets leuks zag gebeuren aan de overkant, ik vroeg iemand om mij te masseren, ik bemoeide me met een gesprek wat niet lekker liep en ik vermaakte me uitstekend. Later op de avond kreeg ik de opdracht om me nog vrijer te gedragen en ik danste tot ik erbij neerviel met een ieder waar mijn hart naar uitging.
Hoe vrij ben je echt?
Een week later, fietsend door het groen van Haarlem naar Amsterdam, liet ik mijn gedachten nog eens gaan over de hele week en over het feest. Hoe vrij was ik eigenlijk geweest? Was ik vrij genoeg geweest om mijn hart geraakt te laten worden door de onvrijheid van de anderen, de keurslijven, de te strakke spijkerjasjes, de gebogen figuren, de help-, work- en alc-oholics? Was mijn hart wel open geweest of had ik me weten te beschermen, door te doen alsof het toch allemaal maar een spelletje was? Was ik vrij genoeg geweest om denkbeeldige scheidslijnen over te stappen, de scheidslijn tussen team en deelnemers? Waarom had ik me niet aan hen voorgesteld en gedaan alsof zij geen onderdeel van het feestje waren? Alleen maar omdat ze aan een andere tafel zaten en ik bang was dat het niet de bedoeling was? Was ik vrij genoeg geweest om mijn verantwoordelijkheid te nemen? Waarom was ik geschrokken van de stilte die volgde op mijn roepen door de ruimte? Waarom was ik niet gewoon op tafel gaan staan en had ik iedereen toegeroepen dat het tijd was om vrij te worden, om bevrijd te worden uit de rollen die we spelen, de slavernij? Was ik werkelijk vrij genoeg geweest om te doen wat ik zelf wilde? Waarom had ik gehoorzaamd aan de opdracht om me nog vrijer te gedragen en waarom had ik toen precies gedaan wat ik dacht dat er van me verwacht werd? Waarom had ik de duivels die mijn deur blokkeerden niet getrotseerd en was ik gewoon naar mijn bed gegaan?
Groeien in vrijheid
Vrijheid. Ik besef nu nog eens te meer hoeveel er nog te winnen is. Hoeveel nog ongekende beperkingen ik me opleg en wij allemaal. En dat die vrijheid alleen maar te kennen valt door je erin te begeven. Door in ieder geval een stap te zetten. Dagelijks een stap te zetten. Die zet ik nu door een boek te gaan schrijven. Een boek over verlangen naar meer vrijheid en de kunst van het nieuwe vrijen. Mijn werktitel spreekt voor zich: ‘Vrij je vrijer, liefde maken door anders te vrijen.’
Ik wens jullie dat je in vertrouwen je verlangen volgt.

Geplaatst op 25 Sep 2017 door Wilma

Even geleden was ik met mijn vriendin, Marloes de yogajuf, bezig met de voorbereiding van de aankomende workshops over Seks en Energie in de Overgang. Wij zijn dan nogal associatief en op een goed moment zegt Marloes: ‘Ik vraag me wel eens af waarom ik dit doe, kan ik er niet veel beter voor gaan zorgen dat iedereen te eten heeft bijvoorbeeld.’ Enthousiast vertelde ik dat ik net eenzelfde soort uitspraak had gedaan. Eerder had een andere collega-vriendin mij gevraagd of ‘seks echt mijn ding was’, waarop ik geantwoord had dat ik dat nú inderdaad erg interessant vond, maar dat ik me ook kon voorstellen dat ik me in de toekomst bezig zou gaan houden met het ‘redden van de wereld’.
Het onderwerp verdween weer na de volgende associatie, maar kwam later terug in een ontmoeting met mijn geliefde. Hij wist mij er in een paar zinnen van te overtuigen, dat de lessen die wij de mensen over seks leren beslist een goede uitwerking zouden hebben op de wereld; de klimaat- en voedselcrisis, de ongelijkheid en de wereldvrede. Wat is er dan eigenlijk zo bijzonder aan die lessen over seks dat zij een dergelijke invloed zouden kunnen hebben?

Zowel de Tao als de Tantra houden zich bezig met het ontwikkelen en vergroten van het bewustzijn. Vooraanstaande psychologen als John Bargh en Roy Baumeister zijn het erover eens dat het leeuwendeel van ons gedrag onbewust en automatisch tot stand komt. Een schatting van de verhouding: 5% bewust, gepland gedrag, tegenover 95% onbewust, automatisch gedrag. Maar in deze verhouding is verandering aan te brengen door je bewustzijn te trainen en door de wortel van het onbewuste gedrag aan te pakken. De Oosterse stromingen zagen een enorme kans in het gebruiken van het seksuele verlangen als meditatieobject, vooral omdat het zo’n sterk verlangen is. Vandaar dat de meesten van ons als het woord tantra valt, meteen aan seks denken. Maar waar het feitelijk om gaat is het totaal aanwezig leren zijn bij je verlangen. Het leren aanwezig blijven bij je verlangen zal maken dat er geen reden meer is om je verlangen (nu) te bevredigen. Of zoals Ingeborg Bosch zegt: ‘Als je leeft vanuit volwassen-bewustzijn (en niet vanuit kind-bewustzijn) dan is (bijna) geen enkele behoefte urgent.’ Wij zijn vaak vanwege onze onbewustheid geneigd om onze behoeften óf uit te leven óf te onderdrukken. Beiden maakt niet echt gelukkig. Er is in het uitleven wel de roes van de instant bevrediging, maar niet een werkelijke vervulling. Werkelijke vervulling ontstaat pas als er in jou ruimte is om bij alles wat zich aandient aanwezig te blijven.

Wat zou er gebeuren als we veel meer van onze verlangens zouden kunnen genieten in plaats van ze meteen bevredigd te willen zien of te onderdrukken? We zouden onze partner niet hoeven veroordelen omdat hij of zij ons niet kan geven wat we graag willen. We zouden minder impulsaankopen doen, we zouden minder consumeren, we zouden sowieso met minder genoegen kunnen nemen. We zouden niet meteen ons gelijk hoeven halen, een ander voor schut of op zijn nummer hoeven zetten. We zouden ons niet blindstaren op onze eigen welvaart en dat van onze directe naasten, maar oog hebben voor alle levende wezens. We zouden veel meer energie overhouden om belangrijke dingen mee te doen. Het leven zou stukken lichter worden, minder belast. Het is waar, de lessen van bewuste seks zullen maken dat je meer oog en hart krijgt voor je omgeving.
En dan hebben we het nog niet eens gehad over wat er zou gebeuren met de bevolkingsgroei als seks zou veranderen in tantrische seks.
https://www.nrc.nl/nieuws/2016/05/30/maak-minder-babys-voor-milieu-1624573-a410012
Geplaatst op 25 Sep 2017 door Wilma

Er wordt zo veel gezegd over de liefde en soms lijken die uitspraken behoorlijk tegenstrijdig. Ik heb er zo maar eens drie uitgekozen om het over te hebben. Alain de Botton bijvoorbeeld, de filosoof die de ‘School of Life’ oprichtte, zegt dat we de verkeerde persoon zullen trouwen omdat we iemand kiezen die ‘familiar’ is en dan wel in de zin van, de manier waarop wij in ons gezin van herkomst hebben geleden aan de liefde. Hedy Schleifer, een Amerikaanse relatietherapeute, zegt op haar beurt dat we verliefd worden op ‘the most incompatible human being in the entire universe’. En dan lees ik in het boek ‘Leven in Liefde’ van Deepak Chopra, Indiaas-Amerikaanse arts en leraar in spiritualiteit: ‘Hoe prettig of onprettig u zich ook voelt in een relatie, degene die op dit moment uw partner is, is de ‘ware’ omdat hij of zij weerspiegelt wie u van binnen bent.’

Zie daar maar eens chocola van te maken.

De verkeerde persoon

Hoe is dat voor jou als je achterom kijkt naar de partners die langskwamen? Misschien beoordeel je ze nu als ‘toch niet de ware’? De man die zo attent leek, maar zich na de komst van de kinderen steeds meer terugtrok op zijn werkkamer. De vrouw die precies aanvoelde wat je nodig had zonder dat je het hoefde uit te spreken, maar na een paar jaar veranderde in een controlerende feeks. Of de sterke steunende man, die er steeds meer een gewoonte van maakte jou te kleineren. Of de vrije zelfstandige vrouw, die naar verloop van tijd steeds jaloerser werd.
Als je verliefd wordt heb je het gevoel dat je ‘the perfect match’ hebt gevonden. ‘Falling in love is a drug’, zegt Hedy Schleifer terecht en ze legt ook uit waarom dat zo is. Er moet een verbinding gesmeed worden, zodat we als het ware ‘niet meer terug kunnen’. En waarom is dat dan belangrijk? Gaat dat over evolutionaire/biologische drijfveren, dat de kinderen veilig moeten zijn? Of zit er misschien meer achter ? Als ik de uitspraken van de drie wijsgeren aan elkaar rijg, krijg ik: We voelen ons aangetrokken tot iemand die totaal niet bij ons past, maar die verwijst naar het lijden in onze jeugd en daarom de Ware is. En dat is waar.

De weg naar liefde
Maar waarom, zal je misschien zeggen, moeten wij keer op keer het lijden uit onze jeugd herhalen? Omdat daar de kansen liggen om te helen en dus om een gelukkig mens te worden. Chopra verwoordt het zo: ‘Als u moeite hebt met uw partner, hebt u moeite met uzelf. Elke tekortkoming die u in hem of haar ziet, raakt een verdrongen zwakheid in uzelf. Elke ruzie is een excuus om een innerlijk conflict uit de weg te gaan. De weg naar liefde rekent dus af met een kolossaal misverstand dat bij veel mensen leeft: dat er ‘ergens’ iemand te vinden moet zijn die ons iets geeft dat we nog niet hebben. Als u werkelijk liefde vindt, vindt u uzelf.’
Zo tegenstrijdig was het allemaal dus niet, hoewel ik de oplossingen die De Botton aanreikt te makkelijk vindt. Het komt er een beetje op neer dat je niet zulke hoge verwachtingen van je partner moet hebben. Ik zou zeggen: wees alert op je verwachtingen, op je verlangens en voel ze in jezelf, in je lichaam, ga ernaar toe. Spreek ze uit zonder te vinden dat de ander eraan moet voldoen of ze moet vervullen. De ’Ware’ vinden wordt op die manier een stuk gemakkelijker, je vindt hem of haar zo! Als je maar onthoudt dat de ander de weerspiegeling is van jezelf en jij jezelf kunt helen.

Like mijn facebook pagina echt-verbinden, Wilma Ferwerda of meld je aan voor mijn nieuwsbrief op mijn website: www.echt-verbinden.nl en blijf op de hoogte van mijn aanbod.

Geplaatst op 07 Aug 2017 door Wilma

Tijdens mijn Tantratraining was het heel normaal om regelmatig af te spreken met andere deelnemers om de oefeningen of structuren, die we daar deden, nog eens te oefenen. Dat kon van alles zijn; bijvoorbeeld in tweetallen zelfonderzoek doen, een zogenaamde inquiry, of een Kashmirische massage, of samen verbonden ademhalen. De oefengroepjes bestonden meestal uit meer dan twee personen en werden goed voor bereid. Soms echter vormden zich ook tweetallen die zich een oefengroepje noemden. In het gewone leven zou dat misschien gewoon een stelletje heten.
Ook ik was, na de introductietraining al, met zo’n oefengroepje begonnen. En samen schreven we ons in, als vrijgezellen, voor de Tantratraining. En we hebben wat af geoefend; hoe onder moeilijke omstandigheden verbonden te blijven; hoe vrijend in verbinding met onszelf en bij de ander te kunnen zijn; hoe op eigen benen te staan zonder de ander buiten te sluiten; hoe ons hart open te houden ook als het pijnlijk wordt; hoe het uit te maken, zonder te verharden; hoe weer opnieuw te beginnen en trouw te blijven aan onszelf. En we oefenen nog en steeds blijkt er meer groei, openheid en verbinding mogelijk. Je zou ons een stelletje kunnen noemen, maar ‘oefengroepje’ past mij nog steeds het best. Of zoals Jan Geurtz het noemt: een spirituele relatie.
Belangrijk in een spirituele relatie is, dat de relatie niet het doel is, maar het middel voor je eigen heelwording. Je gebruikt de ander niet om je gaten te vullen, maar om zicht te krijgen op je gaten en die zelf te helen. En dat kan je eigenlijk alleen en vooral bereiken door veel te oefenen. Mensen associëren dat al gauw met werken, dat is zwaar en past niet bij de liefde. Maar voor mij heeft deze insteek ook iets luchtigs. Ik ben aan het oefenen, het hoeft niet goed te gaan, het hoeft zelfs niet op een bepaalde manier te gaan. Ik ben met hem aan het uitvinden hoe we liefde het beste kunnen laten stromen en dat mag van moment tot moment uitgevonden worden. Er is geen vaste vorm, er ligt niets vast, behalve dat we elkaar af en toe ontmoeten en daar de tijd voor nemen. En we mogen fouten maken, wat dat dan ook moge zijn. Hierin onderschrijf ik wat mijn Indiase Goeroe zegt: ‘Once you have no problem making mistakes, admitting them, and correcting them, hardly any mistakes will happen.’ Hoe meer je met oordeelloos gewaarzijn bij je eigen gedrag en gevoel aanwezig kunt zijn, hoe minder er een gevoel van goed of fout is en dat is een belangrijke stap op de weg van heelwording. Er bestaat in de liefde geen goed en fout. Wat wel bestaat is dat je jezelf of de ander te kort doet door je van liefde af te sluiten. Wat wel bestaat is dat je kiest voor lijden in plaats van voor geluk. Wat wel bestaat is dat je verhardt om je eigen pijn niet te voelen. Dat is niet goed of fout, maar dat is verdrietig en niet de bedoeling.
Om liefde met een open hart te leren, moet je dus oefenen. Veel oefenen en nooit stoppen met oefenen. Onze hersenen zijn door oude ervaringen gevormd geraakt en als je daar verandering in wil brengen, zal je geduldig en veel moeten oefenen. Oefenen in de wetenschap dat oefening op den duur kunst baart. De kunst van het liefhebben.
Sogyal Rinpoche beschrijft dat oefenen in het Het Tibetaanse boek van leven en sterven, als volgt:

Autobiografie in vijf hoofdstukken
Ik loop door een straat.
Er is een diep gat in het trottoir.
Ik val erin.
Ik ben verloren……ik ben radeloos
Het is mijn schuld niet,
Het duurt eeuwig om een uitweg te vinden.

Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir.
Ik doe alsof ik het niet zie.
Ik val er weer in.
Ik kan het niet geloven dat ik op dezelfde plek ben.
Maar het is mijn schuld niet.
Het duurt nog lang voordat ik eruit ben.


Ik loop door dezelfde straat
Er is en diep gat in het trottoir.
Ik zie dat het er is.
Ik val er weer in……. Het is een gewoonte.
Mijn ogen zijn open.
Ik weet waar ik ben.
Het is mijn schuld.
Ik kom er direct uit.

Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir.
Ik loop er omheen.

Ik loop door een andere straat.
Geplaatst op 12 Jul 2017 door Wilma


Ze doen een beetje raar tegenwoordig , de seizoenen. Met Kerst was het warmer dan met Pasen. En als je net denkt dat je de winterjassen wel kunt weghangen, is het ineens weer heel koud. Toch blijft de kringloop bestaan. Afbraak en nieuw begin. De herfst en winter die de natuur weer klaar maken voor de uitbarsting in de lente en zomer. Vaak gebruiken we de seizoenen ook als metafoor voor het leven. Beginnend met nieuw leven in de lente, dan in de zomer onze volle bloei waarna de herfst volgt, het zwakker worden van lijf en leden, om gevolgd te worden door de winter, het laatste deel van ons leven voor de dood.

Seizoenen in je emotionele leven
Ik werkte met een klant die hard aan het proberen was om alles wat niet leuk was in zijn leven uit te bannen. Geen verdriet over ouders die er niet voor hem hadden kunnen zijn, geen verdriet over de pijnlijke scheiding van zijn vrouw, die hem financieel uitgekleed had. Hij liet mij steeds trots weten wat hij nu weer voor nieuwe leuke dingen aan het leren en doen was. Op mijn vraag over of verdriet en pijn er niet gewoon bijhoren, gaf hij aan dat hij inderdaad het liefste alleen maar de lente en de zomer had. Hij was daarom ook voor een groot deel van de tijd in landen gaan wonen waar het altijd warm was. Toch moest hij erkennen dat de sombere onderstroom er gewoon bleef.
Afbraak en nieuw begin, herfst en lente, verdriet en vreugde, pijn en geluk. Of met andere woorden, zonder afbraak geen nieuw begin, zonder herfst geen lente, zonder verdriet geen vreugde en zonder pijn geen geluk. Hoe kan het dan dat we denken dat pijn en verdriet er niet zouden moeten zijn? En dat we er alles aan doen om dat verdriet niet te hoeven voelen? Dat we die sombere onderstroom naar de onderwereld verwijzen?

Waarom we liever geen herfst en winter willen
Het antwoord is simpel: Omdat die onderstroom al zo oud is. Toen die onderstroom ontstond, kon je niet het risico nemen om te voelen hoe pijnlijk het was. Het was toen onverdraaglijk om door te laten dringen: Dat je moeder geen tijd voor je had; dat ze niet wist hoe zich liefdevol te gedragen omdat ze zelf zo hardvochtig opgegroeid was; dat je ouders geen oog hadden voor jouw behoeftes omdat ze een ander idee over je hadden of ze jou gebruikten voor hun eigen behoeftes. En ga zo maar door.

Nieuw begin
Als je nu die onderstroom nog kunt voelen, of je word je er steeds meer van bewust, ga ernaar toe. Wees er nieuwsgierig naar. Onderzoek het gevoel, wees er niet bang voor! En als je toch bang bent, weet dat er nu niets meer is om bang voor te zijn. Van voelen ga je niet dood. Van voelen ga je leven! Echt leven in plaats van je tijd op aarde uitzitten.
En misschien kom je dan van alles tegen: bijvoorbeeld, dat je al zo lang je verlangens weggestopt hebt; dat je geleefd hebt voor anderen, maar met het verlangen om gezien te worden; dat je dacht dat je liefde zou krijgen als je maar hard genoeg je best deed; dat je zo moe bent en op iemand wil leunen en zo verdrietig dat je dat nog nooit hebt kunnen doen.
Al die gevoelens en verlangens kunnen een nieuw begin zijn van van alles wat je nog niet kende. De afbraak, het afscheid, het verdriet, de pijn is niet het einde, daarna komt er weer een nieuw begin. Laat je maar mee bewegen met de seizoenen.
Nu ga ik toch maar de winterjassen van de kapstok halen .
Geplaatst op 20 Jun 2017 door Wilma

Ik droom nog steeds over mijn ex
Ik droom nog steeds over mijn ex. Vannacht weer. Hij ziet eruit zoals ik hem onlangs op Social Media tegenkwam, gewoon ouder geworden. En hij is ook in de droom nog steeds speciaal voor me. Wakker geworden verbaas ik me dat hij mij zelfs in mijn droom nog zo levendig bezig houdt. Dit is de eerste liefde uit mijn ‘jeugd’, ik had van mijn 19e tot mijn 23e een relatie met hem. Mijn herinneringen gaan vooral over het gevoel van sterke exclusiviteit. Soms probeer ik digitaal contact met hem te zoeken, maar hij heeft er duidelijk geen zin in. De breuk was pijnlijk, de relatie intens.
De aantrekkelijke oude vlam
De laatste tijd word ik vaak geconfronteerd met vrouwen die, ergens in de 40, opnieuw verliefd worden op een ‘oude vlam’. Mijn zus trouwde na haar scheiding met onze oude buurjongen op wie ze haar halve puberteit verliefd was. De helft van de (getrouwde) verliefde vrouwen in de 40 uit mijn praktijk is verliefd op een vroegere vlam. Een vriendin van mijn andere zus is halsoverkop bij haar gezin vertrokken voor haar inmiddels weer vrij gekomen jeugdliefde. Het programma Memories van Anita Witzier is er in zijn geheel op gebaseerd, op zoek naar nooit vergeten liefdes.
Hoe het geheugen werkt
Ik begin er een patroon in te zien en herinner me een boek over het geheugen van Douwe Draaisma, de Heimweefabriek. Hij buigt zich daarin over het ‘reminiscentie-effect’:

Verklaring van de grafiek: Als we terugkijken in ons leven, zijn de herinneringen die we opgedaan hebben rond ons 20e de meeste en de meest levendige.
In autobiografieën, zelfs die al op middelbare leeftijd geschreven zijn, worden de meeste pagina’s besteed aan de periode van ongeveer 16 tot 23 jaar. Mensen die gevraagd worden naar het boek dat hun leven het meest veranderde, noemen in 95 % van de gevallen een boek dat ze lazen rond hun 19e levensjaar. Het brein schijnt in die periode bijzonder ontvankelijk te zijn. Deze hobbel aan herinneringen geldt opvallend genoeg vooral voor gelukkige en levensveranderende gebeurtenissen, voor ongelukkige herinneringen noemen mensen veel vaker een recentere gebeurtenis. Een versterkende omstandigheid is natuurlijk dat het in die periode vaak om ‘eerste keren’ gaat.
Onderzoek dat naar binnen gaat
Ik ben geen wetenschapper, maar wel een onderzoeker. Waarom droom ik nog van mijn ex? Waarom trekt de oude vlam aan al die vrouwen? Maakt het uit of de liefde wel of niet geconsumeerd is? Wordt op een gegeven moment in je leven de intensiteit van de herinnering zo aantrekkelijk dat je haar niet meer kunt weerstaan? En wat zegt dat dan over je huidige leven? En is het een oplossing om op zoek te gaan naar die herinnering in levende lijve?
Mijn onderzoek gaat naar binnen. Alles wat ik ervaar in een droom, maar ook in wakkere toestand, zijn projecties van mijn brein. Ik geef er betekenis aan vanuit mijn ervaringen. Voor mijn jeugdliefde gaat het om het verlangen zó bijzonder voor iemand te zijn en andersom. Ik neem er de tijd voor om te voelen hoe dat verlangen aanvoelt. Verlangen gaat altijd over iets wat mist, een gemis in mijzelf. Een gat in mijzelf. Ik heb het niet werkelijk nodig dat ik bijzonder voor iemand ben, ik hoef niet buiten mijzelf op zoek naar iets om dat gat mee te vullen. Wat ik kan doen is gewoon voelen hoe dat aanvoelt, dat gemis in mijzelf, hoe dat lijfelijk aanvoelt. Vaak is het hart de plaats waar ik dit het meeste ervaar, pijn, soms komen er tranen bij. Elke keer als ik op die manier aandacht heb besteed aan mijn verlangen, kom ik dichterbij mijn eigen heelheid en kan ik verliefd worden op de liefde zelf. In mij. Een nieuwe vlam. Daar kan geen oude vlam tegenop.



Geplaatst op 30 May 2017 door Wilma

Toen ik laatst tijdens de avondmaaltijd, mede naar aanleiding van al het heerlijks wat er op mijn bord lag, aan mijn kinderen vertelde dat ik me de laatste tijd zo vaak dankbaar voelde, reageerde mijn dochter met: ‘dat mag onderhand ook wel, op jouw leeftijd’.
Terwijl ik terugkeek naar mijn leven met de vraag of dankbaarheid een leeftijdgebonden gevoel is , moest ik haar, waar het mezelf betrof, wel gelijk geven. Vanaf dat ik het pad van zelfontwikkeling bewandelde, had ik het woord vaak door anderen horen uitspreken en gedacht dat ze maar wat zaten te kletsen. Totdat ik op een bepaald moment in een dergelijke groep zelf het gevoel van dankbaarheid in me op voelde wellen en dat uitsprak. In mijn jeugd was het woord gekoppeld aan de taal van de bijbel en werd het al snel een moetje. ‘Dankbaar zijn met wat je hebt, want er zijn zoveel mensen die het slechter hebben.’ Het moeilijke van die opdracht was, dat ik me eerder slecht dan dankbaar ging voelen.
Een tijdje geleden had ik een bijzondere ontmoeting. Toen ik de deur uitliep stond er een Afrikaanse (preciezer kan ik het niet duiden) man met een fiets met daarop wat spullen waaronder een stofzuiger, naar me te lachen. Ik overwoog schuin over te steken, maar liep toch op hem af. Hij riep me toe dat ik er mooi uitzag. We raakten in gesprek en hij vertelde dat ie waardevolle spullen ophaalde om ze weg te brengen naar Seaport, zodat ze naar Afrika konden worden vervoerd. Ik noteerde zijn telefoonnummer op een zakdoekje uit het zakje dat ik van een illegale verkoopster voor een euro in de trein had gekocht. Ik vroeg hem naar zijn naam: ‘Fortune’, zei hij. 'Fortune, is that your real name?' vroeg ik. Hij legde uit dat zijn vader en moeder zo blij waren dat ie bleef leven, dat ze hem Fortune hadden genoemd. Hij vroeg ook naar mijn naam, ik schreef mijn naam op hetzelfde zakdoekje en zei erbij: ‘Nothing with fortune.’ En we lachten. Hij vroeg nog een zakdoekje omdat ie verkouden was, wilde niet het hele pakje en we fietsten uit elkaar. Ik naar de AH, hij op zoek naar waardevolle spullen voor Afrika. Fortune.

Ik was verward. Ik voelde me vrolijk, vol bewondering, verdrietig en slecht tegelijk. Een leven dat blijft leven in Afrika is een groot geluk. Fortune was in Nederland beland en hij bleef zorgen voor zijn familie, landgenoten. Hij was niet verbitterd geraakt, hij deed wat ie kon om het leven van anderen een beetje leefbaarder te maken. Met de luxe die wij hier bij het grofvuil neerzetten. Het is niet moeilijk om er weer in terecht te komen, de put van schuld en boete.
Liefst zien we het niet, de ellende in de wereld, de ellende van de ander. Ja, misschien wel als nieuwsfeiten, zodat je kunt zeggen dat je op de hoogte bent of als een ongemak, maar niet echt. Je schuldig voelen helpt ook niet. Ervoor kiezen om het je niet te laten raken, maakt je ‘numb’ en dankbaarheid ervaren is dan onmogelijk. Als ik me echt laat raken, voel ik verdriet, pijn in mijn hart.
Kan je dankbaarheid dan oefenen? Ja! Door te gaan herkennen hoe je jezelf beschermt, verdoving, schuldgevoel, woede, ontkenning zijn allemaal beschermingsmechanismen. Als je je door de ellende van een ander laat raken, doet dat pijn of verdriet, als je je laat raken door het goede van de ander en de wereld, kan je dankbaarheid ervaren. Ik gun dat iedereen, jong en oud, rijk en arm.
Geplaatst op 30 Apr 2017 door Wilma

Is scheiden een optie? De laatste weken kwam deze vraag vaak langs in mijn praktijk. En vaak wordt die vraag met ‘nee’ beantwoord. De man die probeert zijn vrouw zover te krijgen mee te bewegen met zijn behoeftes. De man die moedeloos is geworden van het steeds maar vragen om seks. De vrouw die in haar achterhoofd leeft met een andere man die niet de hare is. De vrouw die zich ongelofelijk eenzaam voelt en het haar man kwalijk neemt. Allemaal beantwoorden ze deze vraag met ‘nee’.
Voor mij was dat ook zo. En toch zit ik hier nu twee scheidingen verder. Bij de tweede scheiding was dat gevoel nog erger, twee keer scheiden was uit den boze, geen optie in het kwadraat. Ik herinner me ons trouwen nog. Een vriend van mijn aanstaande, die hij als getuige had gevraagd, had aangegeven dat hij geen idee had waarom mensen eigenlijk zou willen trouwen. De enige reden die hij kon bedenken was de angst dat de ander bij je weg zou gaan. Het had me aan het denken gezet en omdat we in die periode veel ruzie hadden, was er een belangrijk proces bij me op gang gekomen. Op de dag dat we trouwden sprak ik uit dat ik pas met mijn geliefde kon trouwen, toen ik de angst dat hij bij me weg zou gaan had overwonnen. (Later bleken er nog behoorlijk wat resten van die angst over te zijn, maar dat terzijde.)
De vraag of scheiden een optie is, is er niet één die wordt beantwoord vanuit de ratio. Er komt veel gevoel bij kijken. Hoewel ik als relatietherapeut werk aan het weer verbinden van paren, is deze vraag van groot belang. Het helpt namelijk enorm om het idee, dat je uit elkaar kunt gaan, helemaal te omarmen. Als je alle angsten die daarbij opkomen helemaal hebt doorleefd en gevoeld, kan je namelijk je partner veel vrijer tegemoet treden. Of zoals de relatietherapeut Jean Pierre van de Ven (hij schreef al heel wat boeken op het gebied van relaties) het zegt: ‘Misschien is dat wel ware liefde: Elk moment het risico durven lopen op een scheiding. Liefde is leven op het scherpst van de snede. En soms gaat dat mis.’
Als je je echt gaat voorstellen dat je stopt met de relatie, dan kan er van alles opkomen. Ideeën over jezelf zoals: ‘Ik heb gefaald als partner, als vader, als moeder, als mens zelfs. Ik red het niet alleen. Ik vind nooit meer een ander. Ik mag de ander dit niet aan doen, ik mag mijn kinderen dit niet aan doen. Mijn ouders zullen me afkeuren. Deze pijn gaat nooit meer over.’ Eén van mijn mannelijke cliënten gaf aan dat uit elkaar gaan geen optie was doordat er kinderen waren, omdat die pijn nooit meer over zou gaan. Ik zei dat ie dat niet kon weten omdat het de toekomst betrof, dus dat het iets met het verleden te maken moest hebben. Waarop hij antwoordde dat dat inderdaad zo was, zijn vader had het gezin, toen de man tien jaar was, verlaten. Hij voelde nog de pijn.
Je angsten en ideeën zijn gebaseerd op pijn uit het verleden en zeggen niets over de toekomst. Als je ze gelooft, blijven ze vat op je houden. Als je je bevrijdt van die angsten en ideeën -en dat gebeurt dus niet per se door echt te scheiden, maar wel door je echt te verbinden met je pijn en angst-, zal je ook vrij zijn in je relatie(s) en zal de liefde kunnen stromen waar zij stromen wil. Dan kan je elke dag vrij kiezen of je wel of niet………..
Geplaatst op 04 Apr 2017 door Wilma

Afgelopen vrijdag zat ze wat ongemakkelijk tegenover me,’het was over’, zei ze. Ze had er nauwelijks nog last van. Ze had wel eens een gedachte gehad, maar die was dan ook snel weer weg. Het verbaasde haar enorm, alsof het een soort tovenarij was. Hoe kon het verschil met nog maar een week of vier geleden, zo groot zijn.
Mariëlle was een paar maanden geleden bij me gekomen met de vraag of ik haar van haar wantrouwen af kon helpen. Sinds ze een relatie met Boaz had, was ze voortdurend wantrouwend. Over waar ie uit hing, over wat zijn verhouding met andere vrouwen was, over wat ie allemaal op zijn telefoon deed en wat ie met bepaalde opmerkingen bedoelde. Ze besefte dat het iets in haar was, maar ondanks dat besef kon ze het niet stoppen. Als hij haar bijvoorbeeld per Whatsapp liet weten dat hij haar lief vond, kon ze na de eerste blijdschap zich verliezen in gedachten over allerlei soorten bedrog. Dat ie het niet zou menen of zelfs dat ie dit bericht eigenlijk per ongeluk naar haar verstuurd had en dat het naar zijn geheime liefde verstuurd had moeten worden. Dit leidde er uiteraard toe dat ze tegen hem stekelig en afstandelijk deed en dat ze hem niet meer duidelijk kon maken hoe blij ze met hem was.
In de therapie bleek al snel dat er een duidelijke oorzaak voor deze angst, resulterend in wantrouwen, was. In een relatie voor deze, had ze na 7 jaar relatie te horen gekregen dat haar vriend al een half jaar met een ander was en bij haar weg wilde. Het liefst hield ze zich niet meer bezig met deze periode uit haar leven, maar ze besefte ook dat het misschien wel moest. We gingen ermee aan de slag.
Naast het zorgvuldig doornemen van wat er was gebeurd, inclusief het gevoel, maakte ik gebruik van het Ho’oponopono ritueel. Een Hawaiïaans Sjamanistisch ritueel, waar ik ooit tegenaan was gelopen, waar ik de logica en diepte van herken en waarvan ik steeds opnieuw de kracht ervaar. We onderzoeken in eerste instantie zorgvuldig waar de verwijten zitten en door deze te voelen en te doorleven, komt vaak ook het verwijt over het eigen handelen naar boven. In het geval van Mariëlle was dat dat ze, toen haar vriend zich meer en meer terug trok, haar vriend niet gevraagd had wat er was, maar allerlei excuses voor hem bedacht had en het op die manier had vergoelijkt. ‘Zijn vader was immers net overleden, hij gaf aan dat ie met rust gelaten wilde worden.’ Ze kwam tot de conclusie dat zij hem de ruimte had gegeven om zich van haar en hun relatie af te keren.
Het ritueel bestaat eruit dat je de volgende vier zinnen zegt: ‘Het spijt me dat,…’ ‘Ik vergeef mezelf, dat….’ ‘Ik hou van je….’ waarbij je liefde zendt naar de ander, jezelf en de situatie, en ‘Dank je’. Ik begeleid die zinnen, waarbij ik uitgebreid de tijd neem om na te voelen wat het uitspreken van de zin voor effect heeft. Mariëlle sprak uit dat het haar speet dat ze haar vriend de ruimte had gegeven zich van haar af te keren, dat ze niet voor zichzelf was opgekomen.
Afgelopen vrijdag vertelde ze me wat er veranderd was. Ze had bijna geen wantrouwende gedachtes meer, als ze ze had, kon ze ze laten gaan én ze kwam veel meer voor zichzelf op. Ze had het ene inzicht gekregen na het andere. Eén van de belangrijkste inzichten was misschien nog wel dat een relatie met iemand die niet voor zichzelf opkomt, op den duur heel erg saai wordt. Ze was niet bang meer om er zelf te zijn, om meer Mariëlle te laten zien. Tovenarij of de kracht van vergeving?

Geplaatst op 28 Feb 2017 door Wilma

Een volgende Seksuele Revolutie
In een artikel in de Correspondent van Sarah Sluimer met de titel: ‘Wordt het niet eens tijd voor de volgende Seksuele Revolutie’, las ik over de toenemende (media)aandacht voor seksueel overschrijdend gedrag en seksuele intimidatie van mannen jegens vrouwen. Er wordt betoogd dat die aandacht ertoe leidt dat de vreugde die vrouwen aan seks en lust kunnen beleven niet meer besproken wordt. Een TantraFacebookvriendin reageert daarop met een aanval op het woord revolutie, ‘de strijdbijl kan wel begraven worden en we kunnen ons beter echt op het minnen gaan richten.’ Zij wil het liever hebben over een Seksuele Speeltuin. Beide dames vinden dat vrouwen zich meer zouden mogen richten op wat ze wél willen, in plaats van op wat ze niet willen, maar de intentie (revolutie of speeltuin) is anders. Wat is er nou echt nodig is ?
Het speelterrein
Om mijn eigen speelterrein te vergroten, nam ik afgelopen dinsdag deel aan een workshop Vallei-orgasme in het Oosten van het land. Een hele dag met vrouwen én mannen. Dat er mannen bij waren vond ik wel spannend, maar het was geen belemmering voor mij. Verder wist ik niet zo goed wat me te wachten stond. Er was gelukkig nog een Amsterdamse deelneemster, dus wij reisden samen. Karin had zich beter voorbereid en duwde een A-viertje onder mijn neus. Hoewel het er niet met zoveel woorden stond, werd me wel duidelijk dat we in elk geval uit de kleren moesten.
Er waren evenveel mannen als vrouwen en we kregen in de ochtend uitgebreid de tijd om aan elkaar te ‘ruiken’ voordat het echte werk begon. Het was een soort van georganiseerde speeltuin, er werd nadrukkelijk gezegd dat we niets hoefden wat we niet wilden. Ik had meteen een allergie voor Johan, hij kwam nogal gretig op me af en was gekleed in een wielrentenue. Toen het keuzemoment daar was, koos ik een man waar ik me liefdevol naar had gevoeld. Karin koos tot mijn verbazing voor Johan. Naarmate de oefening vorderde zag ik haar vanuit mijn ooghoeken steeds ongelukkiger kijken.
Op de terugweg bespraken we onze ervaringen. Het verbaasde me niet dat Karin vertelde dat Johan had gezegd dat als Karin zou willen, hij haar alle hoeken van de kamer zou kunnen laten zien. Ze had dat onprettig gevonden en had zich steeds meer gepantserd, waardoor de oefening haar niet veel had opgeleverd. Zijn gretigheid was op één of andere manier alleen maar toegenomen en ze had hem keer op keer moeten afremmen. Toch zei ze vergoelijkend, ‘Ach, voor hem was het ook allemaal nieuw’.
Seksuele Beschaving
Wat is er nodig om niet te strijden, maar samen te kunnen spelen in gelijkwaardigheid? Wat is er nodig om in vrijheid het speelterrein van de liefde en seksualiteit te kunnen ontdekken? Ik kom toch weer uit op de term die ik eerder gebruikte, Seksuele Beschaving. Dat houdt in dat we meer kennis van onze seksualiteit moeten krijgen. En, belangrijker nog, dat we meer zeggenschap over onze lustgevoelens leren krijgen door ons bewustzijn te vergroten. Dat we onszelf en de ander zien als mens met behoefte aan verbinding. Karin had dan aan Johan kunnen vragen waarom hij die uitspraak deed (van die hoeken) en hem kunnen vertellen dat ze zich daar onveilig door voelde. En misschien had Johan dan kunnen vertellen hoe spannend hij het vond om met zo’n aantrekkelijke vrouw te oefenen en bang was om afgewezen te worden als ie niet heel mannelijk deed.
Zo zullen we, als het aan mij ligt, na de Revolutie door Beschaving naar de Seksuele Speeltuin evolueren. Gaan we samen op de trampoline of zullen we de glijbaan nemen?

Geplaatst op 28 Feb 2017 door Wilma


We lagen op onze rug verspreid over de zaal. Een groep van ongeveer twintig vrouwen tijdens een structuur in de Tantratraining die ik volgde in 2014. Structuren, oefeningen, binnen deze training hebben de bedoeling meer inzicht te geven in wie je echt bent en hoe je die authentieke zelf kunt zijn in contact met de ander. Ik kan me niet meer goed herinneren wat precies op dat moment de oefening was (en een deel ervan moet geheim blijven), maar ik weet wel dat de vrouw die naast me lag ineens héél hard riep: “SPREEK JE UIT, DAMES!” Ik schrok ervan. Tot nu toe was iedereen heel keurig gebleven in het beschrijven van wat er in hen om ging. Maar dit was een heel ander geluid. Ik schrok, maar ook maakte zich een blije opwinding van me meester. Het feit dat de vrouw naast mij geen blad voor de mond nam en dat zij ons aanspoorde om dat ook niet te doen, maakte me blij, hoopvol. Toestemming om je uit te spreken, alles te zeggen wat je op je hart en lever hebt.
Flapuit
Ik heb het niet erg meegekregen, me uitspreken. Men vond mij vroeger te uitgesproken en dat werd niet bepaald gewaardeerd. Doordat het niet werd gewaardeerd, werd ik een zogenaamde ‘flapuit’. Ik had geen toestemming (van buitenaf niet en van mezelf op den duur ook niet meer) dus ik hield me lang in, tot het niet langer vol te houden was en dan flapte het er uit. En dat woord diende dan weer om me de mond te snoeren. Toen ik me beter leerde uit te spreken, werd het uitflappen minder.
Uitspreken is verbinden
Steeds meer ontdek ik hoe je uitspreken maakt dat je verbinding maakt met jezelf en tevens met de ander door hem of haar jouw waarheid te laten zien. Bij jezelf blijven zoals dat zo vaak genoemd wordt, kan je heel goed leren in contact met een ander. Door heel bewust op zoek te gaan naar wat er zich in jou afspeelt en dat hardop aan de ander te laten weten, maak je verbinding. Verbinding met jezelf en verbinding met de ander. Dat kan lastig zijn als je in jezelf gevoelens, gedachten, ideeën ontdekt die de ander misschien wel eens zouden kunnen kwetsen. Maar als je die zaken gaat verbergen dan verlies je het contact met jezelf en natuurlijk ook het contact met de ander.
De grot in durven lopen
Om je te kunnen uitspreken, is het belangrijk dat je stil staat bij wat er in je gebeurt. Dat je bereid bent die eerste woede, irritatie of angst te onderzoeken en dat je nieuwsgierig bent naar wat er onder zit, wat er nog meer is. Het is als het ware alsof je een grot in loopt. Als je stil blijft staan bij de ingang, zie je alleen maar donkerte, als je doorloopt en je laat je ogen aan het licht wennen, zul je steeds meer zien. Zo gaat het ook met je uitspreken, als je het binnenhoudt blijft het die ene ‘waarheid’, bv: de ander deugt bij nader inzien toch niet of je bent zelf slecht en de ander onwaardig. Als je je gaat uitspreken, kunnen die ideeën, gevoelens en gedachten transformeren en dat proces gaat alsmaar door. Hoe moeilijk het ook is voor jullie beiden, het is belangrijk dat je de tijd neemt, stil staat, uitspreekt wat er in je gebeurt en erop vertrouwt dat het ergens heen gaat. Dat laatste is vaak het aller-moeilijkst; erop vertrouwen dat, als jij je opent, dat dat het beste is wat je kunt doen, voor jezelf en voor de relatie.

Bekijk het filmpje over emoties en hoe ze werken en wat ze voor je kunnen doen als je ze in de relatie brengt.
https://www.youtube.com/watch?v=SJOjpprbfeE
Geplaatst op 29 Jan 2017 door Wilma

<< Vorige 1 2 3 Volgende >>

NVPA-geregistreerd
Vergoedingen mogelijk
Afspraak binnen 8 weken

Heb je nog vragen?

psycholoog Haarlem contact

Psycholoog Haarlem is aangesloten bij:
nvpa nederlands verbond psychologen en psychosociaal therapeuten

Deel mijn website: